Het lijkt logisch: hang rookmelders op, en de parkeergarage is bewaakt. In de praktijk is een standaard optische rookmelder in een parkeergarage onbetrouwbaar. Wie het toch doet, krijgt óf voortdurend loze alarmen, óf — en dat is erger — een detectie die pas reageert als het te laat is.
Een optische rookmelder detecteert deeltjes in de lucht. In een woonkamer of kantoor betekenen deeltjes vrijwel altijd rook. In een parkeergarage hangt de lucht echter vol met precies datgene waar de melder op aanslaat:
Het resultaat: ongewenste meldingen, ontruimingen om niets en op den duur een organisatie die alarmen niet meer serieus neemt. Dat laatste is het echte gevaar.
Voor parkeergarages bestaan detectietechnieken die op de omgeving zijn afgestemd:
Welke techniek passend is, hangt af van de garage: open of gesloten, omvang, hoogte, ventilatieconcept en wat er boven de garage zit. Een garage onder een woongebouw stelt andere eisen dan een vrijstaande parkeerlaag.
Wat het meldertype ook wordt: de projectering moet kloppen met de ventilatie. In grote, mechanisch geventileerde garages is vrijwel altijd luchtstroming aanwezig. Komt de luchtsnelheid ter plaatse van de melders boven 1 m/s, dan geldt dat volgens NEN 2535 niet langer als standaardsituatie en moet met een proefbrand worden aangetoond dat de prestatie-eisen worden gehaald; een rekenkundige onderbouwing volstaat dan niet. Wijst het Programma van Eisen NEN 6098 aan, dan geldt bovendien brandgrootte 8.
In garages zonder ventilatoren ligt dat anders. Denk aan de kelderbak onder een appartementencomplex: geen mechanische garageventilatie, alleen een ventilatierooster in de gevel. De luchtsnelheid ter plaatse van de melders blijft daar ruim onder 1 m/s, waardoor de standaardprojectering van NEN 2535 volstaat en de hele NEN 6098-route niet aan de orde is. In dat soort garages is optische detectie een goed te verantwoorden keuze; wij hebben die daar ook toegepast. De factor die dan overblijft is de uitlaatgas- en stofbelasting van de auto's zelf, en die bepaalt vooral de gevoeligheidsklasse en het onderhoudsinterval.
Branden van elektrische voertuigen gedragen zich anders dan brandstofbranden: ze ontwikkelen zich in de accu, zijn moeilijk te blussen en kunnen na het blussen opnieuw ontsteken. Voor detectie betekent dit dat vroegsignalering belangrijker wordt. Een EV-brand die pas bij open vuur wordt gedetecteerd, is nauwelijks meer beheersbaar in een gesloten garage. Laadplaatsen verdienen daarom aparte aandacht in het detectie- en ventilatieontwerp.
De juiste vraag is niet "welke melder hang ik op?", maar "welk detectieconcept past bij deze garage en dit gebruik?". Dat wordt vastgelegd in een Programma van Eisen dat rekening houdt met de omgevingscondities. Precies het punt waarop standaardoplossingen in garages stranden bij de inspectie.
Eigenaar of beheerder van een parkeergarage?
Lees wat er voor uw garage geldt. Inclusief het EV-vraagstuk en de rol van de VvE.
Naar parkeergarage & EVWij beoordelen uw situatie en adviseren wat er werkelijk nodig is. Van detectieconcept tot inspectiegereed PvE.
Naar de parkeergarage-pagina